ECLI:NL:GHARN:2010:BN3982
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- L. Janse
- Van Rijssen
- De Witte
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbeslagname en doorverkoop van runderen door Staat en veehandelaar
Op 7 januari 2005 nam een districtsinspecteur van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) 151 runderen van [geïntimeerde] in beslag wegens vermoedelijke verwaarlozing. Diezelfde dag verkocht de inspecteur het vee aan een veehandelaar, die het vervolgens doorverkocht aan [appellant]. [Geïntimeerde] verzette zich tegen de inbeslagname en afvoer, waarbij afspraken werden gemaakt dat maximaal 65 dieren zouden blijven mits zij gezond waren, maar deze afspraken werden niet nagekomen.
De rechtbank verklaarde de Staat aansprakelijk voor een onrechtmatige daad wegens het schenden van de gemaakte afspraak, kende immateriële schadevergoeding toe, maar wees overige vorderingen af. Het hof oordeelde dat [appellant] eigenaar was geworden van de runderen op grond van goed vertrouwen in de beschikkingsbevoegdheid van de veehandelaar. De vorderingen van [geïntimeerde] tot afgifte en vernietiging van koopovereenkomsten werden daarom afgewezen.
Het hof stelde vast dat de Staat onrechtmatig handelde door de gemaakte afspraak met de raadsman van [geïntimeerde] te schenden en de runderen te verkopen voordat de keuring had plaatsgevonden. Echter, de gevorderde immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Een comparitie werd bevolen om de omvang van eventuele schade nader te bespreken en een minnelijke regeling te beproeven.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de veehandelaar eigenaar is van de runderen en wijst de vorderingen tot afgifte af, maar verklaart de Staat aansprakelijk voor onrechtmatig handelen wegens het schenden van een gemaakte afspraak.