ECLI:NL:GHARN:2010:BN3036
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Th.C.M. Willemse
- A.W. Steeg
- I.E. van Wijland-Kalkman
- Rechtspraak.nl
Overdraagbaarheid van voorkeursrecht op onroerende zaak in hoger beroep
In deze civiele zaak staat centraal de overdraagbaarheid van een voorkeursrecht op een perceel onroerende zaken, vastgelegd in een notariële akte uit 1991. De oorspronkelijke verkrijger van het voorkeursrecht droeg dit recht in 2000 over aan appellant, die dit recht vervolgens wilde uitoefenen toen geïntimeerden hun woning te koop aanboden.
De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk en oordeelde dat het voorkeursrecht vanwege het persoonlijke karakter niet overdraagbaar was. Het hof herzag dit oordeel en stelde dat onvoldoende vaststaat dat het persoonlijke karakter van het recht overdracht in de weg staat. Het hof overweegt dat het voorkeursrecht een vorderingsrecht is dat in beginsel overdraagbaar is, tenzij de wet of de aard van het recht dit uitsluit.
Het hof laat geïntimeerden toe tot bewijslevering om aan te tonen dat het recht vanwege zijn persoonlijke aard niet overdraagbaar is of dat bij stilzwijgend of mondeling beding overdraagbaarheid is uitgesloten. Tevens wijst het hof op de noodzaak van getuigenverhoren en stelt het verdere beslissing aan. Het arrest bevestigt dat het voorkeursrecht niet zonder meer een toestemmingsvereiste kent en dat de overdracht geen nieuwe overeenkomst inhoudt.
De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing, waarbij partijen en getuigen betrokken zullen worden in een nader te bepalen procedure.
Uitkomst: Bewijslevering over het persoonlijke karakter en stilzwijgend beding wordt toegelaten, verdere beslissing wordt aangehouden.