ECLI:NL:GHARN:2010:BN1393
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslag inkomstenbelasting na waardering perceel op €136.000
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote exploitant van een varkensfokkerij, voerde hoger beroep tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2003. Centraal stond de waardering van een perceel grond van 4.440 m² dat overging van ondernemingsvermogen naar privévermogen. De Inspecteur stelde de waarde in het economische verkeer (WEV) op €136.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €81.600 aanvoerde, gecorrigeerd voor duurzame zelfbewoning.
Na eerdere procedures bij de rechtbank en het gerechtshof, waarbij de waarde werd vastgesteld op €65.387 en €19.887 respectievelijk, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem. Dit hof moest beoordelen of de WEV van het perceel inderdaad €136.000 bedroeg, zoals door de Inspecteur gesteld.
Tijdens de zitting op 8 juni 2010 werden de standpunten van partijen besproken. Het hof oordeelde dat het eerdere oordeel over de waardedruk wegens zelfbewoning niet ter discussie stond en dat belanghebbende geen nieuwe argumenten had ingebracht. Het hof ging uit van het taxatierapport waarin de WEV van het perceel bij gezamenlijke verkoop met de woning op €136.000 werd gesteld.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd op 6 juli 2010 in het openbaar gedaan door mr. B.F.A. van Huijgevoort, voorzitter, samen met mr. A.J.H. van Suilen en mr. A.A. Fase.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd met een waardering van het perceel op €136.000.