ECLI:NL:GHARN:2010:BM7706
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep doodslag met hamer en veroordeling tot gevangenisstraf en terbeschikkingstelling
In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank Zutphen en doet zelf recht. Verdachte werd primair beschuldigd van moord met voorbedachte raad, maar het hof acht dit niet bewezen wegens onvoldoende bewijs voor voorbedachte raad en vrijspreekt hem daarvan. Wel wordt hij veroordeeld voor doodslag, gepleegd door het slachtoffer meerdere keren met een hamer op het hoofd te slaan, wat leidde tot de dood.
Daarnaast is verdachte veroordeeld voor meerdere mishandelingen en vernieling van eigendommen. De gedragsdeskundigen stelden vast dat verdachte leed aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, waardoor zijn toerekeningsvatbaarheid verminderd was. Het hof neemt dit over en legt een gevangenisstraf van acht jaar op, lager dan de negen jaar van de rechtbank, met daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De straf is mede gebaseerd op de ernst van het delict, de recidivegevaarlijke persoonlijkheidsstoornis van verdachte en eerdere veroordelingen. Het hof wijst verzoeken tot het horen van deskundigen af en verklaart een inbeslaggenomen hamer verbeurd. De benadeelde partij krijgt een schadevergoeding van €2.971,54 plus wettelijke rente toegewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens doodslag met een hamer.