ECLI:NL:GHARN:2010:BM2005
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd volgt niet uit stilzwijgende verlenging
In deze zaak stond centraal de vraag of door stilzwijgende verlenging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. De werknemer stelde dat zijn arbeidsovereenkomst na 30 april 2009 automatisch was omgezet in een contract voor onbepaalde tijd, terwijl de werkgever dit betwistte.
Het hof oordeelde dat uit de arbeidsovereenkomst en de wet niet volgt dat stilzwijgende verlenging zonder actief handelen van de werkgever leidt tot een contract voor onbepaalde tijd. Artikel 7:668 BW Pro bepaalt dat na meer dan drie opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd de laatste als onbepaalde tijd geldt, maar dit was hier niet aan de orde. Ook het in de arbeidsovereenkomst opgenomen artikel 2.1 verplichtte de werkgever tot actief aanbod, wat niet was gebeurd.
De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve van rechtswege op 30 april 2009. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vorderingen van de werknemer af en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Deze uitspraak biedt duidelijkheid over de voorwaarden waaronder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst eindigde per 30 april 2009; geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd door stilzwijgende verlenging.