ECLI:NL:GHARN:2010:BM0853
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- J.J. Beswerda
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ongeldige volmacht aan griffiemedewerker
Verdachte werd door de politierechter in Zwolle-Lelystad veroordeeld en stelde tijdig hoger beroep in. Het hoger beroep werd ingesteld door een griffiemedewerker op basis van een bijzondere schriftelijke volmacht van de advocaat van verdachte. Deze volmacht voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 450, eerste en derde lid van het Wetboek van Strafvordering, omdat niet was vastgesteld dat de advocaat bepaaldelijk door verdachte was gevolmachtigd om namens hem hoger beroep in te stellen.
Het hof overwoog dat een advocaat alleen op de wijze van artikel 450, derde lid Sv hoger beroep kan instellen via een griffiemedewerker indien aan strikte voorwaarden wordt voldaan, waaronder een duidelijke verklaring van de advocaat dat hij bepaaldelijk door verdachte is gemachtigd. De fax van de advocaat ontbrak deze essentiële verklaring, waardoor het hof oordeelde dat niet aan de wettelijke vereisten was voldaan.
Verdachte werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Een later door verdachte opgesteld schrijven waarin hij de advocaat bepaaldelijk machtigde, veranderde hier niets aan. Het hof wees ook het beroep van de verdediging af dat sprake zou zijn van ambtelijk verzuim, omdat het aangehaalde arrest van de Hoge Raad niet van toepassing was op de situatie waarin een advocaat een griffiemedewerker machtigt.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens ongeldige volmacht aan de griffiemedewerker.