ECLI:NL:GHARN:2010:BM0539
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling verkoop appartementen als arbeidsinkomsten
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1999, 2000 en 2001, waarbij de verkoopopbrengst van vijf appartementen als belastbare arbeidsinkomsten werd aangemerkt. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden, waarbij de beroepen ongegrond werden verklaard, vernietigde de Hoge Raad deze uitspraken en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof onderzocht of de verkoopvoordelen als arbeidsinkomsten konden worden aangemerkt op grond van de criteria uit het verwijzingsarrest van de Hoge Raad. De Inspecteur stelde dat belanghebbende bijzondere kennis had en actief een huurbeëindigingsbeleid voerde, wat het voordeel als arbeidsinkomsten zou kwalificeren. Het Hof oordeelde echter dat de Inspecteur deze stellingen onvoldoende aannemelijk had gemaakt.
Het Hof concludeerde dat de verkoopvoordelen niet als belastbare arbeidsinkomsten konden worden aangemerkt omdat er geen onmiskenbare werkzaamheden waren verricht die het rendement boven normaal vermogensbeheer deden uitkomen, en dat bijzondere kennis niet in belangrijke mate had bijgedragen aan het behaalde voordeel. De navorderingsaanslagen werden dienovereenkomstig verminderd en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over 1999-2001 worden verminderd omdat de verkoop van appartementen geen belastbare arbeidsinkomsten vormt.