ECLI:NL:GHARN:2010:BL9827
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek opleidingskosten paardentandheelkunde en geen zelfstandigenaftrek voor ondersteunende werkzaamheden tandartspraktijk
Belanghebbende, werkzaam in een tandartspraktijk in maatschap met haar echtgenoot, voerde kosten van een opleiding paardentandheelkunde op als ondernemingskosten en claimde zelfstandigenaftrek. De Inspecteur stelde dat deze kosten geen ondernemingskosten zijn en dat belanghebbende geen zelfstandigenaftrek toekomt omdat haar werkzaamheden hoofdzakelijk ondersteunend zijn en het samenwerkingsverband ongebruikelijk.
Het Hof oordeelde dat de opleidingskosten geen ondernemingskosten zijn, maar scholingsuitgaven, en dat het recht op zelfstandigenaftrek ontbreekt omdat belanghebbende niet voldoet aan het urencriterium en de werkzaamheden ondersteunend van aard zijn. Daarnaast werd geoordeeld dat de Inspecteur geen in rechte te beschermen vertrouwen heeft gewekt omtrent het recht op zelfstandigenaftrek.
De Rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en dit oordeel werd door het Hof bevestigd. Ook de heffingsrente werd gehandhaafd. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de Rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de opleidingskosten geen ondernemingskosten zijn en belanghebbende geen recht heeft op zelfstandigenaftrek.