ECLI:NL:GHARN:2010:BL5005
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omzetbelasting: geen vertrouwen op uitlatingen Belastingtelefoon
Belanghebbende, een vereniging die schilderkunst en creatieve technieken bevordert, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode september 2005 tot en met augustus 2007. Zij had eerder contact gehad met de Belastingtelefoon, waarbij volgens haar een medewerker had aangegeven dat alleen over de verkoop van koffie omzetbelasting verschuldigd was, niet over de contributies. Op basis hiervan had belanghebbende haar aangifte ingevuld.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en het vertrouwen op de uitlatingen van de Belastingtelefoon erkend. De inspecteur stelde hoger beroep in, en belanghebbende incidenteel hoger beroep tegen het oordeel dat het vertrouwen was beëindigd.
Het hof oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat de Belastingtelefoon de gestelde uitlatingen heeft gedaan. De verklaring van de penningmeester van belanghebbende over het telefoongesprek is onvoldoende concreet en wordt betwist door de inspecteur. Omdat geen sprake is van een in rechte te beschermen vertrouwen, wordt het beroep ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep verworpen.
Het hof bevestigt tevens dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en dat de rechtbank zich niet had mogen uitlaten over de heffing na 21 december 2007. De uitspraak is gedaan door mr. C.M. Ettema, mr. G.M. van der Meer en mr. W.A.P. Nieuwenhuizen op 2 februari 2010.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond omdat niet is aangetoond dat de Belastingtelefoon uitlatingen heeft gedaan waarop belanghebbende mocht vertrouwen.