ECLI:NL:GHARN:2010:BL5001
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek levensonderhoud kinderen in buitenland wegens uitsluiting kinderbijslag
Belanghebbende, van Ugandese afkomst en woonachtig in Nederland, stelde aftrek voor uitgaven levensonderhoud van haar in Uganda wonende kinderen te kunnen toepassen. De Inspecteur weigerde deze aftrek omdat het recht op kinderbijslag volgens artikel 7b AKW voor deze kinderen was uitgesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende ging in hoger beroep. Het hof bevestigt dat de aftrekbeperking in artikel 6.14 Wet IB 2001 is ingevoerd om de werking van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) niet te ondermijnen. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij het uitsluiten van aftrek voor kinderen die buiten de EU of verdragslanden wonen.
Belanghebbendes beroep op discriminatie en schending van het EVRM en IVBPR faalt omdat de wetgever een objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft voor de regeling. De rechter mag de billijkheid van de wet niet toetsen. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van aftrek voor levensonderhoud van kinderen in het buitenland bevestigd.