ECLI:NL:GHARN:2010:BL0285
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek buitengewone ziektekosten voor gehandicapte zoon
Belanghebbende, vader van een lichamelijk en geestelijk gehandicapte zoon die in Engeland woont, maakte betalingen aan zijn ex-echtgenote voor de verzorging van hun zoon. Hij vorderde een hogere aftrek van buitengewone ziektekosten in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2004 dan door de Inspecteur was geaccepteerd.
De Rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar het Gerechtshof vernietigde dit vonnis en verklaarde het beroep gegrond. Het Hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt recht te hebben op een hogere aftrek dan de door de Inspecteur erkende € 4.000, inclusief een aanvullende aftrek van € 840 voor een rolstoel.
Hoewel belanghebbende geen directe betaalbewijzen kon overleggen, achtte het Hof de maandelijkse betalingen en de schriftelijke bevestiging van de ex-echtgenote voldoende om een hogere aftrek toe te staan. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 38.452. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd door een hogere aftrek van ziektekosten voor de gehandicapte zoon toe te staan.