ECLI:NL:RBARN:2008:BL7602

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
11 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/527
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:77 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep wegens onvoldoende bewijs voor hogere ziektekostenaftrek voor gehandicapte zoon

Eiser, vader van een gehandicapte zoon die in Engeland woont, had een aftrek van € 6579 aan ziektekosten opgevoerd in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2004. Verweerder had deze aftrek verminderd tot € 4000, wat leidde tot een lagere aftrekpost na toepassing van de drempel.

Eiser stelde beroep in tegen deze vermindering en overhandigde enkele bankafschriften uit 2003 waaruit blijkt dat hij maandelijks bedragen overmaakte aan zijn ex-echtgenote voor het levensonderhoud van zijn zoon. Echter, hij kon geen betalingsbewijzen overleggen die specifiek aantonen dat in 2004 uitgaven voor ziektekosten zijn gedaan.

De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de hogere ziektekostenaftrek terecht is. De bankafschriften uit 2003 en de overeenkomst uit 1999 zijn onvoldoende om uitgaven in 2004 aan te tonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor hogere ziektekostenaftrek.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
registratienummer: AWB 08/527
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 11 september 2008
inzake
[X], wonende te [Z], eiser,
tegen
de inspecteur van de Belastingdienst [Q], verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2004 een aanslag (aanslagnummer [000].H46) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 40.379.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 27 november 2007 de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 39.292.
Eiser heeft daartegen bij brief van 17 december 2007, ontvangen bij de rechtbank Haarlem op 19 december 2007, beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2008 te Arnhem.
Eiser is daar vertegenwoordigd door [gemachtigde], belastingadviseur te [Q]. Namens verweerder is verschenen [A].
2. Feiten
Eiser is vader van een gehandicapte zoon die is geboren op 11 november 1987. Deze zoon woont met de ex-echtgenote van eiser in Engeland.
Volgens een overeenkomst van maart 1999 moet eiser maandelijks £ 450 plus jaarlijkse verhoging voor inflatie aan zijn ex-echtgenote betalen voor het levensonderhoud van zijn zoon vanwege zijn "severe mental and physical disability".
Eiser heeft een aantal bankafschriften uit 2003 overgelegd waaruit blijkt dat hij maandelijks een bedrag van £ 475 of £ 485 overmaakt naar zijn ex-echtgenote in Engeland.
In zijn aangifte heeft eiser een aftrek van € 6579 aan buitengewone uitgaven wegens ziektekosten voor zijn zoon in aanmerking genomen.
Na bezwaar heeft verweerder een aftrek van € 4000 aan ziektekosten geaccepteerd. Na toepassing van de drempel heeft dit geleid tot een aftrek van € 1087.
3. Geschil
In geschil is of verweerder terecht een aftrek van € 6579 aan ziektekosten heeft geweigerd.
4. Beoordeling van het geschil
Uitgaven wegens ziekte van kinderen jonger dan 27 jaar vormen een persoonsgebonden aftrekpost.
Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat eiser, tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerder, aannemelijk maakt dat van zodanige uitgaven sprake is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser in dat bewijs niet geslaagd. Eiser heeft geen enkel betalingsbewijs overgelegd waaruit blijkt dat in 2004 uitgaven zijn gedaan wegens ziekte van zijn zoon. Eiser heeft ook erkend dat dergelijke stukken niet zijn bewaard. Ook uit de overeenkomst van maart 1999 en de bankafschriften van 2003 kan niet worden afgeleid dat eiser in 2004 uitgaven heeft gedaan wegens ziektekosten voor zijn zoon. Voor aftrek van de ziektekosten is, behoudens het door verweerder geaccepteerde bedrag van € 4000, derhalve geen plaats.
Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
5. Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
6. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.J.H. van Suilen, rechter, in tegenwoordigheid van mr.drs. J.A. Vriezen, griffier, op 11 september 2008
.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.