ECLI:NL:GHARN:2009:BL6837
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- J.P. Fokker
- E.B. Knottnerus
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep schending geheimhoudingsplicht en gebruik klantenlijst na arbeidsrelatie
In deze zaak staat centraal of de ex-werknemer ([principaal appellant]) door het overhandigen van een klantenlijst aan zijn nieuwe werkgever (Rotaserve) het geheimhoudingsbeding uit zijn arbeidsovereenkomst met [principaal geïntimeerde] heeft geschonden. De voorzieningenrechter oordeelde eerder dat sprake was van schending en legde een verbod op het gebruik van de lijst op.
Het hof bevestigt dat de verstrekking van klantgegevens in strijd is met het geheimhoudingsbeding, aangezien het om vertrouwelijke, bedrijfsspecifieke gegevens gaat die schade kunnen veroorzaken indien zij buiten het bedrijf bekend worden. De ex-werknemer moet daarom de lijst aan [principaal geïntimeerde] afgeven.
Echter, het hof oordeelt dat het verbod om op enige wijze gebruik te maken van de klantenlijst niet kan worden gehandhaafd omdat er geen sprake is van onrechtmatig handelen of ongeoorloofde concurrentie. Het enkel benaderen van klanten is toegestaan, mede omdat geen concurrentiebeding geldt. De vordering tot verbod wordt daarom afgewezen.
De overige grieven van partijen worden verworpen, het vonnis van de voorzieningenrechter wordt grotendeels bekrachtigd behalve het gebruiksverbod. De proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, en in het incidenteel appel wordt [principaal geïntimeerde] veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt schending van het geheimhoudingsbeding en verplicht afgifte van de klantenlijst, maar wijst het verbod op gebruik van deze lijst af wegens ontbreken van onrechtmatig handelen.