ECLI:NL:GHARN:2009:BK9415
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid pachtrechter en ontbinding pachtovereenkomst wegens wijziging bestemming en onderverpachting
In deze zaak stond de bevoegdheid van de pachtrechter centraal en de vraag of de pachtovereenkomst ontbonden kon worden wegens wijziging van de bestemming van het gepachte en onderverpachting zonder toestemming van de verpachtster.
De pachter had delen van het grasland veranderd in bloembollenland zonder schriftelijke toestemming, en ook zonder toestemming onderverpacht. Hoewel de pachter de wijziging achteraf ongedaan maakte, oordeelde het hof dat dit niet afdoet aan het feit dat vooraf toestemming vereist was en dat sprake was van een tekortkoming.
Desondanks vond het hof dat de tekortkomingen van gering gewicht waren, mede omdat de wijziging slechts een deel van de gronden betrof, van korte duur was en de verpachtster geen landbouwkundige bezwaren had. De ontbinding van de pachtovereenkomst werd daarom niet gerechtvaardigd.
Het hof bevestigde tevens dat de pachtovereenkomst met betrekking tot de gemeenschap tussen partijen verknocht is aan de pachtovereenkomst, waardoor de pachtrechter bevoegd blijft. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd vanwege de familieverhouding tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de ontbinding van de pachtovereenkomst af.