ECLI:NL:GHARN:2009:BK8045
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing tenuitvoerlegging uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in pachtgeschil
In deze civiele zaak gaat het om een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Appellant, pachter van dijkgrond van het Waterschap Zuiderzeeland, vordert dat de tenuitvoerlegging wordt geschorst in afwachting van het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank.
De feiten betreffen een pachtovereenkomst waarbij appellant ongeveer 36 hectare dijkgrond gebruikte voor het weiden van schapen en pinken. Door werkzaamheden aan de dijken kon appellant de grond enkele jaren niet gebruiken, waarna het Waterschap de dijkgrond ongeschikt verklaarde voor schapenwei en het gebruik verbood. In eerste aanleg vorderde het Waterschap onder meer ontbinding van de pachtovereenkomst en schadevergoeding, terwijl appellant in reconventie eveneens schadevergoeding vorderde.
De rechtbank wees het verzoek tot ontbinding af en kende het Waterschap een schadevergoeding toe, terwijl de schadevordering van appellant werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof stelt dat schorsing van de tenuitvoerlegging slechts mogelijk is indien sprake is van misbruik van bevoegdheid, bijvoorbeeld bij een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand.
Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat het vonnis op een misslag berust of dat tenuitvoerlegging een noodtoestand veroorzaakt. Het hof oordeelt dat het Waterschap een redelijk belang heeft bij tenuitvoerlegging en dat het enkel afwachten van de uitkomst van de reconventionele vordering geen reden is tot schorsing. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt appellant veroordeeld in de kosten van het incident.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en veroordeelt appellant in de kosten van het incident.