ECLI:NL:GHARN:2009:BK7549
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- G.P.M. van den Dungen
- S.M. Evers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en omgangsregeling in geschil over hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen
Deze civiele zaak betreft een geschil tussen vader en moeder over de hoofdverblijfplaats en omgangsregeling van hun minderjarige kinderen, waarvan de moeder en kinderen de Franse nationaliteit hebben en in Frankrijk wonen. De vader is woonachtig in Nederland. Het hof onderzoekt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van de Brussel II-verordening en het Haags Kinderbeschermingsverdrag, waarbij wordt vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is op basis van artikel 3 lid 2 Brussel Pro II-verordening.
De procedure loopt sinds 2003 en omvat diverse voorlopige voorzieningen, rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en International Social Service, en meerdere beschikkingen van de rechtbank Arnhem. De vader verzoekt in hoger beroep om wijziging van de hoofdverblijfplaats van [kind 3] naar Nederland en vaststelling van omgangsregelingen.
Het hof overweegt dat de belangen van [kind 3] het best worden gediend door handhaving van de hoofdverblijfplaats bij de moeder in Frankrijk, mede gelet op haar leeftijd, wensen en welzijn. Het verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen vanwege het ernstig verstoorde gezinsklimaat en het standpunt van [kind 3]. Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot omgang tussen [kind 1] en [kind 3]. De beschikking van de rechtbank Arnhem wordt bekrachtigd en de kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Verzoek vader tot wijziging hoofdverblijfplaats en omgangsregeling afgewezen, beschikking rechtbank bekrachtigd.