ECLI:NL:GHARN:2009:BK1756
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.J.H. van Suilen
- J. van de Merwe
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Geen recht op meewerkaftrek voor echtgenote dierenarts bij beschikbaarheidsdienst
Belanghebbende, een dierenarts en maat in een maatschap, kreeg navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2004. Het geschil betrof de vraag of zijn echtgenote voldoende uren arbeid had verricht in zijn onderneming om recht te hebben op meewerkaftrek.
De echtgenote fungeerde als achterwacht tijdens de beschikbaarheidsdiensten van belanghebbende, waarbij zij de telefoon moest beantwoorden bij afwezigheid van haar man. Het Hof oordeelde dat deze aanwezigheid voornamelijk verband hield met persoonlijke levenssfeer en niet met daadwerkelijke arbeid voor de onderneming. Alleen het aannemen van telefoontjes kon als arbeid worden aangemerkt, maar het aantal uren was onvoldoende om aan het urencriterium van 525 uur te voldoen.
Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende en bevestigde de navorderingsaanslagen en boetes. De uitspraak van de Rechtbank Arnhem werd daarmee bekrachtigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de echtgenote onvoldoende uren arbeid heeft verricht voor meewerkaftrek, waardoor navorderingsaanslagen en boetes terecht zijn opgelegd.