ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9689
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrekbaarheid kosten ziekenhuisopname in het buitenland voor inkomstenbelasting
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en afkomstig uit Irak, bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2003 kosten van €9.850 voor een ziekenhuisopname in Kirgizië in aftrek. De Inspecteur weigerde deze aftrek wegens onvoldoende bewijs van de uitgaven en medische noodzaak. De rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk en accepteerde de aftrek.
De Inspecteur stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. Tijdens het onderzoek ter zitting werd uitgebreid bewijs besproken, waaronder medische verklaringen uit Kirgizië, vertalingen, bankafschriften, verklaringen van familieleden over leningen en betalingen, en correspondentie met de ziektekostenverzekeraar. De Inspecteur wees op diverse tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in de verklaringen en documenten, zoals inconsistenties in betalingsbewijzen, onlogische reisdata en twijfel over de authenticiteit van kassabonnen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk de kosten voor geneeskundige hulp in Kirgizië heeft gemaakt. De tegenstrijdige verklaringen en onduidelijkheden over de aard en het doel van de reis naar Kirgizië ondermijnden de geloofwaardigheid van zijn stellingen. Het verzoek om een tolk werd afgewezen omdat belanghebbende voldoende Nederlands sprak. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond wegens onvoldoende bewijs van de aftrekbare medische kosten.