ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7136
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schriftelijke pachtovereenkomst en beoordeling verjaring schadevordering
In deze civiele zaak vordert de appellant, pachter, dat het hof de schriftelijke vastlegging van een pachtovereenkomst met de geïntimeerde, verpachter, vaststelt. De pachter baseert zijn vordering op het voornemen tot schadevergoeding jegens de verpachter. Het hof onderzoekt of tussen partijen een pachtovereenkomst tot stand is gekomen en of de vordering tot vastlegging niet verjaard is.
De feiten tonen aan dat partijen overleg hebben gehad en dat de stalruimte door de verpachter is leeggemaakt voor gebruik door de pachter, die ook legnesten heeft aangeschaft en de stalruimte heeft ingericht. Hoewel geen pachtprijs is betaald en geen dieren zijn gehuisvest, concludeert het hof dat een pachtovereenkomst is gesloten. De vordering tot schriftelijke vastlegging verjaart pas na twintig jaar, dus is nog niet verjaard.
De verpachter voert verweren aan zoals rechtsverwerking en verjaring van de schadevergoeding, maar het hof oordeelt dat de pachter voldoende belang heeft zolang zijn schadevordering niet is verjaard of verwerkt. Het hof gelast overlegging van relevante brieven om te beoordelen of de schadevordering tijdig is gestuit en of sprake is van rechtsverwerking. De vordering van de verpachter tot betaling van pachtprijs wordt afgewezen omdat geen goedgekeurde pachtovereenkomst bestaat.
Het hof houdt verdere beslissing aan en geeft partijen gelegenheid tot nadere uitlatingen. Het arrest is gewezen door vijf rechters en deskundigen en uitgesproken op 24 februari 2009.
Uitkomst: Het hof stelt het bestaan van een pachtovereenkomst vast en wijst de vordering tot betaling van pachtprijs af; verdere beslissing wordt aangehouden voor beoordeling van verjaring en rechtsverwerking.