ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4490
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid borg voor huurbetalingen bedrijfsruimte na borgtocht
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van een borg voor huurbetalingen van een horecapand centraal. [Appellant] stelde zich borg voor de huurbetalingen van zijn broer, die het pand exploiteerde. Het hof bevestigt dat de borgtochtovereenkomst niet voldoet aan de wettelijke eisen omdat er geen maximumbedrag is afgesproken, waardoor de overeenkomst vernietigbaar is.
[Appellant] voerde tevens aan dat hij niet langer medehuurder was en dat de huurovereenkomst was overgenomen door zijn broer. Het hof oordeelt dat het aannemelijk is dat partijen de bedoeling hadden dat de broer de huurovereenkomst zou overnemen, maar dat er geen sprake was van een formele contractsovername volgens artikel 6:159 BW Pro. Hevex wordt toegelaten tot tegenbewijs, waaronder getuigenverhoor.
Verder faalt het beroep van [appellant] op misleiding, bedrog of dwaling met betrekking tot de huurovereenkomst omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij bij kennis van de eerdere huurovereenkomst andere voorwaarden zou hebben bedongen. Het hof houdt verdere beslissing aan en bepaalt procedurele stappen voor het bewijsverhoor.
Uitkomst: De borgtochtovereenkomst wordt vernietigd wegens ontbreken van een maximumbedrag; partijen worden toegelaten tot nader bewijs over contractsovername.