ECLI:NL:GHARN:2009:BJ2919
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Firmant in autoschadeherstelbedrijf heeft recht op zelfstandigenaftrek bij niet-ongebruikelijk samenwerkingsverband
Belanghebbende, samen met haar echtgenoot firmant in een autoschadeherstelbedrijf, maakte aanspraak op zelfstandigenaftrek over het jaar 2001. De Inspecteur weigerde deze aftrek op grond van de uitsluitingsregel in artikel 3.6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, omdat de werkzaamheden van belanghebbende volgens hem hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren en sprake was van een ongebruikelijk samenwerkingsverband.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep oordeelt het Hof dat belanghebbende een wezenlijke rol vervult binnen de onderneming, waaronder verantwoordelijkheden op administratief, financieel en personeelsgebied, en dat de taakverdeling met haar echtgenoot niet ongebruikelijk is voor een samenwerkingsverband van deze omvang.
Daarmee is de uitsluitingsregel niet van toepassing en heeft belanghebbende recht op de zelfstandigenaftrek. Het Hof vernietigt de eerdere uitspraken en de navorderingsaanslag, en veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Tegen dit arrest staat cassatie open.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op zelfstandigenaftrek omdat het samenwerkingsverband niet ongebruikelijk is en haar werkzaamheden niet hoofdzakelijk ondersteunend zijn.