ECLI:NL:GHARN:2009:BI7467
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.B.H. Röben
- A.J. Kromhout
- P.M. van Schie
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag verontreinigingsheffing visverwerkingsbedrijf op basis van forfaitaire berekening
Belanghebbende, een visverwerkend bedrijf, kreeg voor 2004 een aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het waterschap, gebaseerd op meting, bemonstering en analyse volgens art. 20 WVO Pro. De rechtbank had de aanslag verminderd, maar belanghebbende stelde hoger beroep in omdat hij meende dat de aanslag forfaitair volgens art. 22 WVO Pro moest worden vastgesteld.
Het geschil betrof de juiste methode voor het bepalen van het aantal vervuilingseenheden (VE). De Ambtenaar verdedigde de meting als uitgangspunt, terwijl belanghebbende de forfaitaire berekening op basis van de tabel in art. 22 lid 3 WVO Pro voorstond. Het hof overwoog dat de wetgever met art. 22 WVO Pro beoogde om kleinere lozingen forfaitair te bepalen om hoge kosten van meting te vermijden.
Het hof stelde vast dat bij minder dan 1000 VE de heffingplichtige recht heeft op toepassing van de forfaitaire methode en dat lagere regelgeving dit niet kan beperken. De aanslag werd daarom verminderd tot € 34.205, gebaseerd op 585 VE volgens de tabel. Tevens werd de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar vernietigd. Het hof veroordeelde het waterschap tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag verontreinigingsheffing wordt verminderd tot € 34.205 op basis van forfaitaire berekening volgens art. 22 WVO.