ECLI:NL:GHARN:2009:BI2496
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- A.W. Steeg
- L.P. Broekveldt
- Th.C.M. Willemse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering assurantietussenpersoon wegens onvoldoende aannemelijkheid causale verband brandverzekering
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een verzekerde en de Rabobank als assurantietussenpersoon over de aansprakelijkheid voor schade door brand in een bedrijfshal. De verzekerde had via de Rabobank een opstalverzekering afgesloten bij Interpolis, met een leegstandclausule die melding van ingebruikname verplicht stelt. Na brand in de bedrijfshal weigerde Interpolis de schade te vergoeden omdat de ingebruikname en bedrijfsactiviteiten niet waren gemeld.
De verzekerde vorderde in kort geding schadevergoeding van de Rabobank wegens schending van haar zorgplicht. De voorzieningenrechter wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is dat Interpolis de bedrijfshal zonder bezwarende voorwaarden zou hebben verzekerd als zij op de hoogte was geweest van de ingebruikname en het gebruik.
Het hof benadrukte dat in kort geding terughoudendheid geldt bij veroordelingen tot betaling en dat de verzekerde onvoldoende concreet heeft gesteld wanneer en hoe Interpolis geïnformeerd zou zijn en welke beslissing zij zou hebben genomen. Ook is onduidelijk of de verzekerde met eventuele aanvullende voorwaarden zou hebben ingestemd. Het hof wees de vordering af en veroordeelde de verzekerde tot terugbetaling van het reeds betaalde voorschot en in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de verzekerde worden afgewezen en zij wordt veroordeeld tot terugbetaling van het voorschot en betaling van de proceskosten.