ECLI:NL:GHARN:2009:BI2488
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid opzegging opstal- en inboedelverzekering na brand en niet-vervolging brandstichting
Appellant had een opstal- en inboedelverzekering bij Ohra. Na een brand in zijn woning in mei 2005, waarbij verdenking van brandstichting bestond maar niet tot vervolging leidde, zegde Ohra de verzekering op per contractvervaldatum. Appellant vorderde in eerste aanleg voortzetting van de verzekering en vergoeding van immateriële schade, maar zijn vorderingen werden afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de opzegging onredelijk was en dat hij recht had op vergoeding van immateriële schade. Het hof oordeelde dat de opzegging een beëindiging per contractvervaldatum betrof, waarvoor geen motivering vereist is volgens artikel 7:940 BW Pro. De redelijkheid en billijkheid rechtvaardigden geen andere uitkomst, ook niet gezien de langere opzegtermijn die Ohra in acht nam.
De grieven van appellant faalden en hij werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen eerdere vonnissen. Het hof bekrachtigde het vonnis van 31 maart 2008 en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en nakosten. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van 31 maart 2008 en wijst het hoger beroep van appellant af.