ECLI:NL:GHARN:2009:BI2168
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vordering achterstallig loon en wettelijke verhoging na pensionering
De zaak betreft een vordering van een werknemer tegen Grond-Stuk B.V. voor achterstallig loon en wettelijke verhoging over de jaren 2004 en 2005. De werknemer stelde dat hij na zijn pensionering in 1992 tot 1995 werkzaamheden had verricht op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, hetgeen het hof niet aannam vanwege gebrek aan bewijs en eerdere bindende beslissingen.
Het hof bevestigde dat de onderneming per 28 december 2003 feitelijk was overgegaan op Grond-Stuk, waarmee deze de hoedanigheid van ondernemer verkreeg. Over de achterstallige loonbetaling bestond verschil van inzicht over de cao-schaal en periodiek, waarbij het hof het door Grond-Stuk berekende bedrag van € 5.447,21 aannam, gelet op de omstandigheden en eerdere loonbetalingen.
De wettelijke verhoging werd door de kantonrechter vastgesteld op 50%, maar het hof matigde deze naar 25% omdat Grond-Stuk geen ernstig verwijt kon worden gemaakt. Het ontslag werd als kennelijk onredelijk beoordeeld, en de toegekende schadevergoeding van € 6.000 werd als billijk bevestigd. Tevens werd de wettelijke rente over de bedragen toegewezen vanaf 20 mei 2005.
Het hof vernietigde het tussenvonnis van 8 november 2006 en deed opnieuw recht voor zover het vonnis van 14 februari 2007 meer toekende dan de vastgestelde bedragen. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst achterstallig loon en wettelijke verhoging deels toe, matigt de verhoging tot 25%, bevestigt de schadevergoeding en compenseert de proceskosten.