ECLI:NL:GHARN:2009:BI1337
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten raadsman na vrijspraak ondanks onduidelijke declaraties
Het gerechtshof Arnhem behandelde een verzoek tot vergoeding van kosten van de raadsman ex artikel 591a Sv nadat verzoeker in eerste aanleg was vrijgesproken. De raadsman in eerste aanleg had zijn werkzaamheden niet afzonderlijk gedeclareerd, wat de beoordeling bemoeilijkte. Het hof oordeelde dat de declaraties onvoldoende inzicht boden en kon deze niet als basis gebruiken voor vergoeding.
Het hof schatte op basis van de aard, omvang en complexiteit van de zaak de redelijke kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg op €5.000. Voor de kosten van de raadsman in hoger beroep, die wel duidelijk waren gespecificeerd, kende het hof de gevraagde vergoeding van €6.472,41 toe. Daarnaast werd een bedrag van €540 toegekend voor de kosten verbonden aan het verzoekschrift.
De totale vergoeding uit 's Rijks kas bedroeg €12.012,41. Het hof wees verdere verzoeken af en beval de betaling van dit bedrag. De beschikking werd uitgesproken door voorzitter Ruys op 12 januari 2009.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €12.012,41 toe voor kosten van rechtsbijstand na vrijspraak.