ECLI:NL:GHARN:2009:BI1309

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
27 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Avnr: 867-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens bekend adres en betalingsvoorstel

Het gerechtshof Arnhem behandelde op 27 januari 2009 een vordering van de advocaat-generaal tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die een ontnemingsmaatregel van €4.830,- niet heeft voldaan. Deze maatregel was opgelegd bij arrest van 27 maart 2006 en onherroepelijk geworden op 24 april 2007 na niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De advocaat van de veroordeelde overhandigde een brief van het CJIB waaruit bleek dat de veroordeelde inmiddels een bekend adres heeft en een betalingsvoorstel heeft gedaan om de schuld in termijnen te voldoen. De advocaat-generaal vroeg de behandeling aan te houden in afwachting van de uitkomst van dit voorstel, en subsidiair af te wijzen.

Het hof constateerde dat de grond voor het verlenen van verlof tot lijfsdwang, namelijk het ontbreken van een bekend adres, is komen te vervallen. Gezien het betalingsvoorstel en het feit dat het CJIB nog niet heeft beslist, achtte het hof het niet op zijn plaats om verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang te verlenen.

Daarom wees het hof de vordering af, met inachtneming van artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering. De beschikking werd uitgesproken in openbare zitting te Arnhem.

Uitkomst: De vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang is afgewezen omdat de veroordeelde een bekend adres heeft en een betalingsvoorstel heeft gedaan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
Pkn: 21-005009-05
Avnr: 867-08
Het hof heeft te beslissen op een vordering van 17 september 2008 van de advocaat-generaal tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering tegen de veroordeelde:
[naam veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres veroordeelde],
hierna te noemen veroordeelde.
Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 27 januari 2009 de advocaat-generaal en namens veroordeelde mr. [naam raadsman], advocaat te [plaatsnaam].
Het hof heeft gelet op de vordering van de advocaat-generaal en op de overige zich in het dossier bevindende stukken, waaronder de aanvullende informatie van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) van 11 september 2008.
OVERWEGINGEN
1. Aan veroordeelde is bij arrest van dit hof van 27 maart 2006 de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 4.830,= opgelegd. Veroordeelde heeft hiertegen beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. Het arrest van dit hof is op 24 april 2007 onherroepelijk geworden. Betaling van het bedrag is tot dusverre uitgebleven.
2. De raadsman heeft ter zitting overgelegd een brief van het CJIB, gedateerd 15 januari 2009 en gericht aan veroordeelde, waaruit blijkt dat veroordeelde het CJIB heeft aangeschreven. Bij het CJIB zijn daardoor thans de adresgegevens van veroordeelde bekend. De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat veroordeelde een betalingsvoorstel heeft gedaan aan het CJIB omdat hij bereid en in staat is om de betalingsverplichting in termijnen te voldoen. Veroordeeld heeft een baan en een vast adres.
3. Tijdens een schorsing van de behandeling heef de advocaat-generaal bij het CJIB navraag gedaan naar de stand van zaken met betrekking tot het verzoek om een betalingsregeling. Het CJIB heeft daarop in afwachting van de uitkomst van deze procedure nog niet op beslist.
4. De advocaat-generaal heeft ter zitting gevorderd dat de behandeling van de vordering wordt aangehouden, zodat kan worden afgewacht of een betalingsregeling tot stand komt. Subsidiair heeft ze verzocht haar vordering af te wijzen.
5. De vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging lijfsdwang is gebaseerd op het feit dat veroordeelde geen bekende woon- of verblijfplaats heeft en dat daarom de ontnemingsmaatregel niet kan worden geïnd. Het hof constateert dat die grond thans is vervallen. Veroordeelde heeft het CJIB een betalingsvoorstel gedaan waarop nog niet is beslist. In afwachting van deze beslissing is het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang niet op zijn plaats. De vordering zal worden afgewezen.
6. Het hof heeft gelet op het artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
- wijst af de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen veroordeelde.
Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs. E.A.K.G. Ruys, voorzitter,
A.E. Harteveld en E.H. Schulten, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. B.P. Snijder, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 27 januari 2009.