ECLI:NL:GHARN:2009:BI0319
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onvoorziene omstandigheden bij wijziging Varkensbesluit in pachtovereenkomst
In deze zaak staat centraal of de wijziging van het Varkensbesluit per 1 januari 2003, waardoor de spleetbreedte van de stallen niet meer voldeed, een onvoorziene omstandigheid vormt die toepassing van artikel 6:258 BW Pro rechtvaardigt. De pachter had de pachtprijs opgeschort omdat hij de stallen niet had aangepast, terwijl de verpachter instandhouding van de overeenkomst eiste.
Het hof benoemde een deskundige die de kosten van aanpassing van de stallen berekende en onderzocht of een redelijk handelend varkenshouder in 2002 deze investering zou hebben gedaan. De deskundige concludeerde dat voor stal 1 beperkte aanpassingen nodig waren, maar voor stal 2 aanzienlijke investeringen vereist waren. Tevens onderzocht hij de invloed van bedrijfsomvang en mogelijke deelname aan subsidieregelingen zoals de Regeling beëindiging veehouderijtakken (RBV).
De pachter stelde dat hij tijdig overleg had gehad met de verpachter over deelname aan de RBV, maar dat de verpachter dit weigerde. De verpachter betwist dit en stelt dat de pachter meerdere locaties exploiteert. Het hof gaf de pachter de bewijsopdracht om dit overleg aan te tonen en stelde nadere vragen aan de deskundige over de investeringsbeslissing vanuit het perspectief van een pachter.
Het hof bepaalde dat het bewijs door middel van getuigenverhoor kan worden geleverd en stelde nadere procesvoorwaarden vast. De beslissing werd aangehouden voor verdere behandeling na bewijslevering en deskundigenverhoor.
Uitkomst: Beslissing aangehouden voor bewijslevering en nadere behandeling na getuigenverhoor en deskundigenverhoor.