ECLI:NL:GHARN:2009:BI0068
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst bij afgebroken onderhandelingen kanaalwaterproject, wel vergoeding gemaakte kosten
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of er een overeenkomst tot stand was gekomen tussen [appellante] en [geïntimeerde sub 2] (en Vitens) over de levering van permeaatwater voor een kanaalwaterproject. Na jarenlange onderhandelingen en een proefproject waren partijen dicht bij een overeenkomst, maar deze is uiteindelijk niet definitief gesloten. Het hof stelde vast dat het document van 8 augustus 2002 slechts een onderhandelingsresultaat weerspiegelde, niet bindend was vanwege het ontbreken van de vereiste vertegenwoordigingsbevoegdheid en ondertekening door bevoegde bestuurders.
Het hof hanteerde de maatstaf dat partijen vrij zijn onderhandelingen af te breken, tenzij dit onaanvaardbaar is vanwege gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst. Het hof concludeerde dat op het moment van afbreken van de onderhandelingen op 21 november 2003 geen gerechtvaardigd vertrouwen meer bestond dat een overeenkomst tot stand zou komen. Ook andere omstandigheden maakten het afbreken niet onaanvaardbaar.
Hoewel geen vergoeding van het positief contractsbelang werd toegewezen, erkende het hof dat Vitens en [geïntimeerde sub 2] recht kunnen hebben op vergoeding van gemaakte kosten in verband met het project. Het hof beval een meervoudige comparitie om nadere informatie over de omvang en aard van deze kosten te verkrijgen en de mogelijkheden tot schikking te onderzoeken. Het verzoek van [appellante] tot tussentijds cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Geen overeenkomst tot stand gekomen; geen vergoeding positief contractsbelang, wel vergoeding gemaakte kosten.