ECLI:NL:GHARN:2009:BH5711
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag fosfaatheffing na analyse meststoffen
Belanghebbende, een fruitteeltbedrijf, kreeg voor 2002 een naheffingsaanslag fosfaatheffing opgelegd van €2.826. Deze aanslag was gebaseerd op een analyse van de aangevoerde mest, waarbij een fosfaatwaarde van 23,9 kg per 1000 kg mest werd vastgesteld. Belanghebbende voerde aan dat deze waarde onjuist was en stelde dat de fosfaatwaarde in voorgaande jaren gemiddeld 10 kg per 1000 kg was, wat volgens hem niet kon worden overschreden.
Tijdens het hoger beroep voerde belanghebbende aan dat er fouten waren gemaakt bij de bemonstering en dat mogelijk andere mestsoorten waren aangevoerd, wat de hoge fosfaatwaarde zou verklaren. Het hof oordeelde echter dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd om de analyse te betwisten. De monsterneming was uitgevoerd door een bevoegde monsternemer en de analyse door een erkend laboratorium.
Het hof nam ook in aanmerking dat fosfaatgehaltes kunnen variëren en dat het niet vaststond dat alleen eendenmest was aangevoerd. Het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen omdat dit niet tot de bevoegdheid van de belastingrechter behoort. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag fosfaatheffing 2002 wegens onvoldoende bewijs van onjuistheid van de analyse.