ECLI:NL:GHARN:2008:BH6260
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verkrijging erfdienstbaarheid van weg door verjaring en geschil over gebruiksrechten
In deze civiele zaak staat de verkrijging van een erfdienstbaarheid van weg door verjaring centraal tussen buren met bedrijfspercelen. Appellanten vorderen een verklaring voor recht dat zij een erfdienstbaarheid bezitten op het perceel van geïntimeerden, gebaseerd op langdurig en zichtbaar gebruik, waaronder zwaar gemotoriseerd verkeer. Geïntimeerden betwisten dit en stellen dat het gebruik gebaseerd was op een persoonlijk recht of gedogen.
Het hof stelt vast dat het medegebruik van de grintweg al sinds circa 1978 plaatsvindt en dat ook na de sloop van een garage/carport in 1998 het gebruik is voortgezet. Dit langdurige en zichtbare gebruik, in combinatie met de situering van de garage/carport en de ontsluitingsfunctie van de grintweg, leidt tot de conclusie dat een erfdienstbaarheid door verjaring is ontstaan. Afspraken uit 1991 over erfafscheiding en parkeergedrag worden niet als persoonlijk recht of gedogen aangemerkt.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of geïntimeerden de verzwaring van het gebruik, met name door vrachtwagens, moet dulden. Het hof acht het gewenst om de plaatselijke situatie te inspecteren en nadere informatie te verkrijgen via een descente en comparitie ter plaatse. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden. Het hof moedigt partijen aan om een minnelijke schikking te verkennen.
De uitspraak bevestigt het belang van langdurig, zichtbaar en ondubbelzinnig bezit voor verkrijging van erfdienstbaarheden door verjaring en benadrukt het belang van feitelijke omstandigheden en verkeersopvattingen bij de beoordeling van verzwaring van gebruik.
Uitkomst: Het hof erkent de erfdienstbaarheid van weg door verjaring en wijst een descente en comparitie ter plaatse aan om het geschil over verzwaring van het gebruik nader te onderzoeken.