2.15 Van belang is verder hoofdstuk 4 van het onderzoeksrapport van BTL Bomendienst van 27 februari 2008, dat vermeldt:
“Conclusie en randvoorwaarden
4.1 CONCLUSIE
De conditie van de Amerikaanse eiken is over het algemeen goed tot iets verminderd. De algehele onderhoudstoestand van de bomen is echter sterk verwaarloosd. In de kronen is veel gevaarlijk zwaar dood hout aanwezig. Er bestaat een sterk verhoogd risico op takbreuk.
Er is geen wezenlijk verschil in conditie of kwaliteit van de bomen tussen de beide zijden van de laan. Hieruit is op te maken dat de bomen aan de westzijde niet ernstig te lijden hebben gehad door aanleg van de uitritten.
De beworteling bevindt zich hoofdzakelijk tussen de 15 en 80 cm onder maaiveld, de meest intensieve beworteling bevindt zich tussen de 40 en 80 cm. Bij boom 2 en 3 bestaat de bovenste ca. 15 cm uit puin, hier zijn geen wortels aangetroffen.
Uit bovenstaande is de conclusie te trekken dat aanleg van de uitrit met duurzaam en veilig behoud van de 4 betreffende bomen mogelijk is. Om de mogelijkheid tot achteruitgang in conditie uit te sluiten adviseren wij een aantal randvoorwaarden.
4.2 RANDVOORWAARDEN
4.2.1 AANLEG UITRIT
Profielopbouw
Voor aanleg van de uitrit is volledig uitgraven van het cunet niet noodzakelijk. Aangezien de bodem iets verdiept ligt ten opzichte van de omgeving zal grond moeten worden opgebracht. In de bovenste laag van het profiel bevinden zich weinig wortels, bij de 2 bomen aan de binnenzijde van de laan zelfs geen.
Door de fundering van de uitrit gedeeltelijk op te brengen en alleen de bovenste 15 cm uit te graven worden vrijwel geen wortels beschadigd of verwijderd.
Ter voorkoming van verdichting maar ter continuïteit van de zuurstoftoevoer adviseren wij de volgende profielopbouw toe te passen:
Het aanbrengen van een puinlaag in een grove fractie, dit is een ongunstige omgeving voor wortels. De luchtlaag die zo ontstaat is bevorderlijk voor de luchtuitwisseling van de onderliggende bodem. De puinlaag in combinatie met een geogrid (drukverdelingsmat) werkt bovendien als een drukverdeler. De ondergrond hoeft daardoor minder sterk te worden verdicht en zal ook door berijding minder verdichten .
Stam- en stamvoetbescherminq
Tijdens de werkzaamheden moeten de stamvoet en stam beschermd zijn tegen beschadigingen door materieel of materiaal. Het aanbrengen van met elkaar verbonden houten latten is hiervoor een eenvoudige oplossing.
Het geogrid zoals genoemd onder profielopbouw dient over de gehele
funderingsoppervlakte te worden aangebracht. Ter bescherming van de stamvoet is het verstandig deze tot boven de stamvoet (tijdelijk) aan te brengen.
Situering
Bij draaien van wielen is er sprake van een hogere druk op de bodem. Het is belangrijk de exacte situering van de uitrit zo te bepalen dat draaiende beweging van de wielen op de
uitrit voorkomen wordt. Dit kan door de uitrit zoveel mogelijk haaks op de [straat 3] te plaatsen.
Bomenwacht
Het is mogelijk dat tijdens de werkzaamheden toch een oppervlakkige gestelwortel wordt aangetroffen. Voor deze en andere niet voorziene bedreigingen kan ter plaatse een oplossing worden gezocht. De continue aanwezigheid van een zogenaamde bomenwacht tijdens de werkzaamheden is hiervoor vereist.
4.2.2 GEBRUIK UITRIT
Bij gebruik van de uitrit bestaat het gevaar op stamschades door botsingen tegen een van de stammen. Dit is eenvoudig te voorkomen door het plaatsen van paaltjes of zogenaamde hit-me’s. Beide worden voor een boom geplaatst en vangen een eventuele botsing of schampen van de stam op.”