ECLI:NL:GHARN:2008:BG6677
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing vordering tot terugbetaling wegens onbevoegde vertegenwoordiging bij scheepsbouwovereenkomsten
De zaak betreft een kort geding waarin de SSC’s vorderden dat STF B.V. een bedrag van €1.500.000 terugbetaalt, betaald uit hoofde van negen overeenkomsten voor de bouw van schepen. De SSC’s stelden dat TCIL, als bestuurder van de SSC’s, onbevoegd was deze overeenkomsten te sluiten zonder toestemming van aandeelhouders, en dat STF daardoor niet rechtsgeldig vertegenwoordigd was. De voorzieningenrechter had de vordering toegewezen.
In hoger beroep stelde STF dat de overeenkomsten geldig tot stand waren gekomen omdat op 26 mei 2004 een nieuwe bestuurder, [C.] Beheer B.V., was benoemd die op 1 juli 2004 de overeenkomsten opnieuw bevoegd had gesloten. Het hof oordeelde dat de betwisting van de SSC’s dat de overeenkomsten opnieuw en bevoegd waren gesloten onvoldoende was onderbouwd.
Het hof overwoog dat in kort geding terughoudendheid geboden is bij veroordelingen tot betaling van geld en dat onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang ontbraken. Ook was het juridisch complex vanwege toepasselijkheid van Antiguaans en Maltees recht en de bevoegdheden van TCIL. Daarom kon niet met voldoende zekerheid worden aangenomen dat de bodemrechter de vordering zou toewijzen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de vordering van de SSC’s afgewezen. De SSC’s werden veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de SSC’s tot terugbetaling van €1.500.000 af en veroordeelt hen in de proceskosten.