ECLI:NL:GHARN:2008:BG3949
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.G. ter Veer
- B.M. Mens
- G.P.M. van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervaltermijn vordering tot vernietiging verdeling na drie jaar
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de vordering tot vernietiging van een verdeling tijdig was ingesteld. De vrouw had een vordering ingesteld tegen de man met betrekking tot de verdeling van hun boedel na beëindiging van hun relatie. De rechtbank Arnhem had geoordeeld dat de vordering was vervallen omdat de driejaarstermijn van artikel 3:200 BW Pro was verstreken.
De vrouw stelde in hoger beroep dat de termijn niet juist was berekend en dat de vervaltermijn pas zou moeten lopen vanaf de datum van levering van de woning. Het hof oordeelde echter dat de termijn aanvangt op het moment waarop partijen de overeenkomst tot verdeling sluiten, niet bij de latere levering. Uit correspondentie bleek dat partijen al in november 2003 overeenstemming hadden bereikt over de verdeling.
De dagvaarding was pas in december 2006 uitgebracht, ruim na het verstrijken van de driejaarstermijn. Ook stuiting van de termijn was niet aannemelijk gemaakt. Daarom werd het hoger beroep van de vrouw verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens verjaring van haar vordering.