ECLI:NL:GHARN:2008:BE9323
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand en reiskosten na niet-ontvankelijkheid OM wegens verjaring
De zaak betreft een verzoek om vergoeding van kosten van rechtsbijstand, reiskosten en inkomensschade na beëindiging van een strafzaak zonder oplegging van straf of maatregel, omdat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens verjaring.
Verzoeker diende tijdig een verzoek in op grond van artikel 591a Sv. Hij vroeg vergoeding van reiskosten, inkomensschade en kosten van rechtsbijstand. Het hof oordeelde dat de reiskosten toewijsbaar waren op basis van het openbaar vervoer tweede klasse, maar de inkomensschade niet kon worden toegewezen wegens gebrek aan onderbouwing en omdat deze niet binnen het toepasselijke wettelijke kader viel.
De kosten van rechtsbijstand waren niet volledig inzichtelijk gemaakt door verzoeker, ondanks meerdere kansen om aanvullende declaraties te overleggen. Het hof stelde vast dat het ontbreken van een betrouwbaar overzicht aan verzoeker te wijten was en schatte de vergoeding op redelijkheid en billijkheid. Gezien de aard en complexiteit van de zaak, en het feit dat de raadsman ook andere verwante zaken behandelde, werd een vergoeding van €5.000,- toegekend. Daarnaast werd een bedrag van €455,- toegekend voor de kosten verbonden aan het indienen en behandelen van het verzoekschrift.
Het hof wees het overige af en gelastte de uitbetaling van het toegekende bedrag uit de Rijkskas.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een redelijke vergoeding van €5.519,70 voor kosten van rechtsbijstand en reiskosten toegekend.