ECLI:NL:GHARN:2008:BE9050
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omzetbelasting over werkzaamheden voor CITO en vakbond
Belanghebbende, een onderwijsinstelling, voerde werkzaamheden uit voor het CITO en vakbonden waarbij zij haar werknemers tijdelijk buitengewoon verlof gaf met behoud van salaris. De vraag was of de ontvangen vergoedingen voor deze werkzaamheden aan omzetbelasting onderworpen zijn. De Rechtbank had geoordeeld dat omzetbelasting verschuldigd was en dat het beroep op vrijstelling faalde.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de werkzaamheden voor het CITO nauw samenhangen met onderwijs en derhalve vrijgesteld zouden moeten zijn, en dat zij mocht vertrouwen op beleidsbrieven van de minister van OCW voor vrijstelling van vakbondswerkzaamheden. Het Hof oordeelde dat de vakbondswerkzaamheden onder het beleid van de staatssecretaris van Financiën vallen en vrijgesteld zijn, maar dat de werkzaamheden voor het CITO niet als nauw met onderwijs samenhangend kunnen worden aangemerkt omdat het CITO zelf geen onderwijsinstelling is.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank, vermindert de naheffingsaanslag en boete, en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De zaak werd geschorst in afwachting van prejudiciële vragen aan het HvJ EG, waarna het Hof haar oordeel aanpaste op basis van de antwoorden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd, vakbondswerkzaamheden zijn vrijgesteld, werkzaamheden voor het CITO zijn belastbaar.