ECLI:NL:GHARN:2008:BC9890
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt boetebeschikkingen wegens ontbreken opzet of grove schuld bij loonbelasting
Belanghebbende, een BV, kreeg boetes opgelegd wegens vermeende onjuiste loonbelastingaangiften over 1998 en 1999. De Inspecteur stelde dat belanghebbende opzet of grove schuld had omdat zij onvoldoende controle had uitgeoefend op de door haar adviseur opgestelde aangiften.
Na verwijzing door de Hoge Raad behandelde het Gerechtshof Arnhem de zaak. Het Hof stelde vast dat belanghebbende zich had laten bijstaan door een belastingadviseur en dat er geen aanwijzingen waren dat zij redelijkerwijs aan de juistheid van de aangiften hoefde te twijfelen. Het eerdere boekenonderzoek over 1994 en 1995 was niet van dien aard dat dit vertrouwen door belanghebbende had moeten worden doorbroken.
Het Hof concludeerde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de niet-betaalde belasting het gevolg was van opzet of grove schuld van belanghebbende. Daarom werden de boetebeschikkingen vernietigd. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Boetebeschikkingen loonbelasting 1998 en 1999 vernietigd wegens ontbreken van opzet of grove schuld.