ECLI:NL:GHARN:2008:BC8280
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Kuiper
- Zuidema
- Otten
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Prepensioenfonds tot incasso premies voor en na verplichtstelling Wet Bpf 2000
Het geschil betreft de bevoegdheid van het Prepensioenfonds om premievorderingen via dwangbevel te incasseren, met name voor premies die zijn ontstaan vóór de verplichtstelling onder de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000).
[Het transportbedrijf] was aangesloten bij TLN en werd geconfronteerd met premievorderingen over 2002 en 2003, terwijl de verplichtstelling pas op 20 februari 2003 in werking trad. Het Prepensioenfonds had dwangbevelen uitgevaardigd om betaling af te dwingen, maar [het transportbedrijf] betwistte de bevoegdheid daartoe voor premies die vóór de verplichtstelling waren ontstaan.
De kantonrechter wees de vorderingen van [het transportbedrijf] af, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt vast dat de wetgever de bevoegdheid tot uitvaardiging van dwangbevelen heeft gekoppeld aan de periode van verplichtstelling en dat deze bevoegdheid niet terugwerkt naar premies die vóór de verplichtstelling zijn ontstaan. Het dwangbevel is daarom buiten werking gesteld voor de premies over 2002 en 2003. Het Prepensioenfonds wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof stelt het dwangbevel buiten werking voor premievorderingen over 2002 en 2003 en veroordeelt het Prepensioenfonds in de proceskosten.