ECLI:NL:GHARN:2008:BC8272
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten raadsman na niet-ontvankelijkheid wegens schending redelijke termijn
Het Gerechtshof Arnhem behandelde het verzoek van een verdachte om vergoeding van de kosten van zijn raadsman op grond van artikel 591a Sv, nadat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was verklaard wegens schending van de redelijke termijn. De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en zonder inhoudelijke beoordeling van de gedragingen van verzoeker.
Het hof stelde vast dat de gedeclareerde tijd van de raadsman bovenmatig was geacht gezien de geringe complexiteit van de zaak. Daarnaast werd het standaardbeleid gevolgd dat reistijd slechts voor de helft wordt vergoed. Voorts speelde mee dat verzoeker bewust handelde door zich op een website zeer negatief uit te laten over opsporingsambtenaren, waardoor hij de strafvervolging aan zichzelf te wijten had.
Op grond van billijkheidsoverwegingen kende het hof een vergoeding toe van € 10.000 inclusief btw voor de kosten van rechtsbijstand, en € 540 voor de kosten van het verzoekschrift. Het verzoek tot een hogere vergoeding werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken op 11 maart 2008 door voorzitter Ruys.
Uitkomst: Het hof kent een gedeeltelijke vergoeding van € 10.540 toe voor de kosten van rechtsbijstand na niet-ontvankelijkverklaring wegens schending van de redelijke termijn.