ECLI:NL:GHARN:2007:BG6066
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten rechtsbijstand na niet-ontvankelijkheid OM wegens verjaring
In deze zaak werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verzoekster wegens verjaring van het strafrechtelijk vervolgingsrecht. De zaak was reeds in cassatiefase en de Hoge Raad vernietigde het eerdere arrest en verklaarde het OM niet-ontvankelijk. Verzoekster vroeg op grond van artikel 591a Sv vergoeding van de kosten van haar raadsman.
De advocaat-generaal adviseerde afwijzing van het verzoek omdat de niet-ontvankelijkheid het gevolg was van een ongelukkige wetswijziging. Het hof oordeelde echter dat gelet op de cassatiefase en het ontbreken van duidelijkheid over de uitkomst van de inhoudelijke cassatiemiddelen, er gronden van billijkheid zijn om vergoeding toe te kennen.
Het hof mat de gevraagde kosten naar beneden vanwege de aard en omvang van de zaak en het beleid omtrent reistijdvergoeding. Uiteindelijk werd een vergoeding van €20.455 toegekend, exclusief BTW. De beschikking werd uitgesproken door het hof Arnhem op 8 oktober 2007.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €20.455 toe voor de kosten van rechtsbijstand na niet-ontvankelijkverklaring van het OM wegens verjaring.