ECLI:NL:GHARN:2007:BC6122
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- E.A.K.G. Ruys
- A.E. Harteveld
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding voorlopige hechtenis wegens toegelaten hechtenis
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering tot vergoeding van schade door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Het hof heeft het verzoek beoordeeld na een arrest waarbij verzoeker werd veroordeeld voor diefstal en vrijgesproken voor een ander feit.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid omdat de zaak niet was geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel op een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet was toegelaten. De raadsvrouw van verzoeker persisteerde in het verzoek.
Het hof overwoog dat de term "zaak" in artikel 89 Sv Pro dezelfde betekenis heeft als in artikel 258 Sv Pro, en dat de voorlopige hechtenis op grond van artikel 67, eerste lid, sub a Sv was toegelaten voor het bewezen verklaarde feit. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De beschikking werd uitgesproken door het hof te Arnhem op 19 februari 2007, waarbij het verzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van de vereiste voorwaarden voor vergoeding.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding wegens toegelaten voorlopige hechtenis.