ECLI:NL:GHARN:2007:BB4369
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mens
- Van Zutphen
- Keulen
- Rechtspraak.nl
Alimentatie nihil gesteld tijdens schuldsanering ex-partner
Partijen zijn in 2000 gehuwd en in 2001 gescheiden. Uit het huwelijk is een kind geboren over wie zij gezamenlijk gezag uitoefenen. De rechtbank had bepaald dat de man alimentatie zou betalen voor het kind en de vrouw. Na toepassing van de schuldsaneringsregeling op de man in 2006 verzocht hij om de alimentatie nihil te stellen.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de beschikking die de alimentatie op nihil stelde. Het hof overwoog dat de schuldsaneringsregeling een relevante wijziging van omstandigheden vormt die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigt. De man had onvoldoende draagkracht om alimentatie te betalen, wat door de vrouw werd betwist.
Het hof volgde de richtlijn van de werkgroep Alimentatienormen en de jurisprudentie van de Hoge Raad dat bij schuldsanering de alimentatie tijdelijk op nihil kan worden gesteld. Financieel wanbeheer door de man was onvoldoende reden om hiervan af te wijken. De achterstallige alimentatie werd als vordering ingediend bij de bewindvoerder.
Het hof concludeerde dat de vrouw financieel beter af is dan de man en dat het uitgangspunt van nihilstelling tijdens schuldsanering passend is. Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het beroep van de vrouw afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de alimentatie tijdens de schuldsanering op nihil wordt gesteld.