ECLI:NL:GHARN:2007:BA8292
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wesseling-Lubberink
- Olthof
- Van Osch
- Rechtspraak.nl
Geschil over verdeling winst woning en overwaarde boot na beëindiging relatie
Partijen, die een vriendschappelijke relatie hadden, sloten een koop/aannemingsovereenkomst voor een woning te Almere die aan geïntimeerde werd overgedragen. Na verbouwingswerkzaamheden en beëindiging van hun relatie bleef geïntimeerde in de woning wonen en betaalde hij de lasten. Bij verkoop resteerde een winst van circa € 40.000.
Appellant vorderde op grond van een mondelinge overeenkomst, vastgelegd in een onderhandse akte, de helft van de winst, circa € 34.033,52. Geïntimeerde betwistte de echtheid en inhoud van de akte en stelde dat geen overeenkomst over winstverdeling bestond. Het hof oordeelde dat de handtekening van geïntimeerde met hoge waarschijnlijkheid authentiek is en dat de akte, hoewel geen dwingend bewijs, voldoende steun vindt in getuigenverklaringen.
De overeenkomst moet worden uitgelegd volgens de Haviltex-maatstaf, waarbij partijen de winst op de woning bij helfte wilden verdelen, niet de gefixeerde overwaarde. De vordering van appellant wordt daarom toegewezen tot de helft van de gerealiseerde winst. Daarnaast is er een geschil over de overwaarde van een boot die zij samen opknapten. De rechtbank kende geïntimeerde een bedrag toe, maar appellant betwist de waarde en aanspraak. Het hof houdt de beslissing aan en gelast de inbreng van het volledige taxatierapport voor nadere beoordeling.
Uitkomst: Appellant krijgt de helft van de gerealiseerde winst op de woning toegewezen; beslissing over de boot wordt aangehouden voor aanvullend bewijs.