ECLI:NL:GHARN:2007:BA7995
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- S. Zwerwer
- O. Anjewierden
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens rechtmatige schadebestrijding met vangkooi nabij maïsperceel
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk overtreden van artikel 9 van Pro de Flora- en faunawet door het plaatsen van een vangkooi op perceel E 109. Hij stelde dat de vangkooi was geplaatst om schade aan het nabijgelegen maïsperceel E 105 te voorkomen, omdat directe plaatsing in het maïsperceel juist extra schade zou veroorzaken.
Het hof stelde vast dat verdachte beschikte over de benodigde overeenkomsten en toestemming van grondgebruikers om kraaien te vangen. Deskundige Van Gerrevink bevestigde dat de gekozen plaatsing logisch en effectief was. Het hof oordeelde dat de wetgever ook bestrijding in de directe nabijheid van het te beschermen perceel omvat.
Hoewel de advocaat-generaal een veroordeling vorderde, overwoog het hof dat de landelijke vrijstelling voor de zwarte kraai niet betekent dat elke grondgebruiker zonder aantoonbare schade handelingen mag verrichten. Er moet een causaal verband zijn tussen de schade en de toegestane handelingen.
Omdat op perceel E 109 geen belangrijke schade was, maar de vangkooi diende ter bescherming van het aangrenzende perceel E 105, achtte het hof het feit niet strafbaar en sprak verdachte vrij. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens rechtmatige plaatsing van vangkooi nabij maïsperceel ter schadebestrijding.