ECLI:NL:GHARN:2007:BA6120
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wefers Bettink
- Prakke-Nieuwenhuizen
- Ynzonides
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toewijzing vordering wegens vermeend opzettelijk handelen werknemer
In deze civiele zaak stond centraal of appellant opzettelijk of bewust roekeloos had gehandeld door namens zijn vennootschap een koopovereenkomst aan te gaan, terwijl hij als makelaar het pand had getaxeerd. De kantonrechter had de vordering van geïntimeerde sub 1 toegewezen wegens een ernstig verwijt in de zin van artikel 7:661 BW Pro.
Het hof oordeelde dat voor opzet of bewuste roekeloosheid meer vereist is dan een ernstig verwijt; er moet sprake zijn van bewustzijn van het roekeloze karakter van het handelen. Hoewel de keuze van appellant om via zijn vennootschap de koopovereenkomst te sluiten niet gelukkig was, was niet gebleken dat hij een te lage taxatie had gegeven of dat de koopprijs lager was dan redelijkerwijs verwacht mocht worden.
Het hof stelde vast dat de schade niet door het sluiten van de koopovereenkomst is veroorzaakt, maar door het ontslag op staande voet van appellant, waardoor zijn vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen. Er was onvoldoende bewijs dat appellant opzettelijk schade wilde toebrengen of zich bewust was van het risico van ontslag. Daarom werden de grieven van appellant gegrond verklaard en het vonnis van de kantonrechter vernietigd, met afwijzing van de vorderingen van geïntimeerde sub 1.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van geïntimeerde af wegens onvoldoende bewijs van opzet of bewuste roekeloosheid van appellant.