ECLI:NL:GHARN:2007:AZ8920
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wesseling-Lubberink
- Wammes
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Uitleg en afwikkeling van verrekenbeding in huwelijksvoorwaarden bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding dat tijdens het huwelijk niet is uitgevoerd. Na echtscheiding vordert de vrouw verrekening van overgespaarde netto-inkomsten uit arbeid en de overwaarde van de voormalige echtelijke woning.
De man betwist dat zijn salaris uit zijn BV onder inkomsten uit arbeid valt, maar het hof volgt de vrouw en oordeelt dat dit salaris wel degelijk hieronder valt, conform het fiscale inkomensbegrip. De man heeft onvoldoende inzicht gegeven in de herkomst van hypothecaire aflossingen, waardoor deze worden geacht uit overgespaarde inkomsten uit arbeid te zijn gedaan.
De waarde van de woning wordt vastgesteld op €770.000,-, met een restschuld van €230.066,-, waardoor het verrekenbare vermogen €256.330,15 bedraagt. De vrouw heeft recht op de helft hiervan. Het hof wijst de eerdere beschikking van de rechtbank deels af en houdt verdere beslissing aan voor nadere onderbouwing over beleggingen van overgespaarde inkomsten.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het salaris uit de BV onder inkomsten uit arbeid valt en stelt de verrekening van overwaarde en overgespaarde inkomsten vast, met nadere onderbouwing over beleggingen.