ECLI:NL:GHARN:2007:AZ7020
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Mens
- Den Hartog
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en inbreng legitieme portie na schenking en onroerend goed overdracht
De zaak betreft een geschil tussen de kinderen van een overleden vader en moeder over de verdeling van de nalatenschap van de moeder. De moeder had bij testament haar drie kinderen tot erfgenamen benoemd, met een legaat aan de zoon van een vordering van f 110.800,41. De zoon had in 1980 een boerderij en een woning gekocht van de moeder, waarbij onduidelijkheid bestond over de eigendom en waardering van de woning aan een tweede adres.
De dochters vorderden verdeling van de nalatenschap met inbreng of inkorting wegens hun legitieme portie, waaronder de waarde van de woning en de kwijtschelding van geldleningen. Het hof oordeelde dat de woning aan de zoon was overgedragen als gift, omdat hij deze zelf had laten bouwen en geen tegenprestatie had geleverd. Ook werd vastgesteld dat de geldlening was kwijtgescholden en als schenking moest worden ingebracht.
De waardering van de boerderij en woning werd vastgesteld op respectievelijk €85.000 en €120.000. De legitieme boedel werd berekend inclusief de schenking en kwijtschelding, waarna de legitieme portie van elke dochter op €44.838,66 werd vastgesteld. Het hof vernietigde eerdere vonnissen en veroordeelde de zoon tot betaling van dit bedrag aan elk van zijn zussen, met compensatie van de proceskosten.
Uitkomst: De zoon is veroordeeld tot betaling van €44.838,66 aan elk van zijn zussen als legitieme portie.