ECLI:NL:GHARN:2006:BE9324
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak valsheid in geschrift
Verzoekers waren verdacht van medeplegen van valsheid in geschrift en werden in eerste aanleg veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken. Zij waren in dienst van een V.O.F. en de feiten vonden plaats binnen hun werkzaamheden voor deze werkgever. De rechtsbijstand werd gemeenschappelijk verleend aan verzoekers, de V.O.F. en de bedrijfsleider, waarbij de kosten in eerste aanleg door de V.O.F. zijn betaald.
De raadslieden stelden dat er een afspraak was dat de werkgever de kosten voorshands zou betalen, maar deze later aan verzoekers in rekening zouden worden gebracht. Het hof vond dit niet aannemelijk omdat er geen schriftelijke vastlegging was en de declaraties zonder voorbehoud aan de V.O.F. waren gericht en betaald. Ook voor de kosten in hoger beroep werd geen vergoeding toegekend omdat deze eveneens door de werkgever gedragen dienden te worden.
Het hof kende verzoekers slechts een vergoeding van €540 toe voor de kosten verbonden aan het indienen en behandelen van de verzoekschriften, conform landelijke aanbevelingen. De rest van het verzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van gronden van billijkheid en de feitelijke betalingsverantwoordelijkheid van de werkgever.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand af en kent slechts een vergoeding van €540 toe voor de procedurekosten.