ECLI:NL:GHARN:2006:BD5259

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
3 april 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AVNR 10311
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding advocaatkosten na sepot zonder officier van justitie bemoeienis

Appellant verzocht om vergoeding van advocaatkosten gemaakt naar aanleiding van een verdenking van mishandeling, die door de politie werd geseponeerd zonder dat het proces-verbaal aan de officier van justitie werd verzonden. De rechtbank wees het verzoek af, waarna appellant hoger beroep instelde.

Het hof overwoog dat artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering vereist dat sprake moet zijn van een zaak waarbij ten minste de officier van justitie of een gemandateerde parketsecretaris inhoudelijke bemoeienis heeft gehad. Hoewel de sepotbeslissing in overleg met een politieparketsecretaris en de officier van justitie was genomen, was er onvoldoende bemoeienis om te spreken van een zaak in de zin van dit artikel.

Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek om vergoeding van de advocaatkosten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank vernietigd, waarna het hof opnieuw besliste.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vergoeding van advocaatkosten wegens het ontbreken van inhoudelijke bemoeienis van de officier van justitie.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
zitting houdende te
Arnhem
Avnr: 10311
Het hof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[Naam appellant]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats], [straat],
hierna te noemen appellant.
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht van
18 augustus 2005, houdende de beslissing op een verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 6 maart 2006 de advocaat-generaal en mr [naam raadsman], advocaat te [plaats] .
Het hof heeft kennis genomen van:
- het verzoekschrift van appellant, ingekomen op 25 april 2005 ter griffie van de rechtbank te Utrecht;
- het proces-verbaal van de behandeling van het verzoek door de rechtbank;
- voormelde beschikking van de rechtbank;
- de akte rechtsmiddel van 1 september 2005, opgemaakt door de griffier van de rechtbank te Utrecht, waarbij namens appellant hoger beroep werd ingesteld tegen voormelde beschikking;
- een namens appellant ingediende schriftuur houdende grieven, ingekomen op
- 1 september 2005 ter griffie van de rechtbank te Utrecht;
- de overige zich in het dossier bevindende stukken.
OVERWEGINGEN
1. Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
2. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank het verzoek, strekkende tot vergoeding van de kosten van de raadsman en de kosten in verband met het indienen en behandelen van het verzoekschrift, afgewezen.
3. Namens appellant is aangevoerd dat de rechtbank - kort samengevat – ten onrechte appellant schuldig heeft geoordeeld en geen rekening heeft gehouden met de omstandigheden van het geval, die de inschakeling van een advocaat noodzakelijk maakten.
4. De advocaat-generaal heeft primair geconcludeerd tot bevestiging van de beschikking waarvan beroep en subsidiair tot vernietiging van de beschikking waarvan beroep en tot vergoeding van de kosten als verzocht, met dien verstande dat de gedeclareerde reistijd slechts voor de helft voor vergoeding in aanmerking dient te worden genomen.
5. Tegen appellant is wegens een tegen hem gerezen verdenking van mishandeling door de politie proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal is niet aan de officier van justitie verzonden. De zaak is afgedaan door middel van een sepot. Appellant heeft zich in verband met de tegen hem gerezen verdenking tot een advocaat gewend. Deze heeft voor de bijstand € 1.399,44 in rekening gebracht. Verzoeker heeft op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering vergoeding van deze kosten verzocht, verhoogd met de kosten in verband met het indienen en behandelen van het verzoekschrift.
6. Alvorens toe te kunnen komen aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek dient het hof de vraag te beantwoorden of is voldaan aan de voorwaarde van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, voorzover hier van belang, dat “de zaak” is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Onder zaak in de zin van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering dient te worden verstaan een zaak waarmee (tenminste) de officier van justitie of een gemandateerde parketsecretaris enige inhoudelijke bemoeienis heeft gehad.
7. Weliswaar is de sepotbeslissing genomen in overleg met een politie parketsecretaris en de officier van justitie maar er blijkt niet van zodanige bemoeienis van deze parketsecretaris of de officier van justitie dat gesproken kan worden van een zaak in vorenbedoelde zin.
8. Appellant dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek.
BESCHIKKENDE
Het hof:
- vernietigt de beschikking, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:
- verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter,
H.Y. Buyne en A. van Waarden, raadsheren, in tegenwoordigheid van
mr D. Mientjes, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 3 april 2006.