ECLI:NL:GHARN:2006:BC7395
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding kosten raadsman bij verzoek ex artikel 591a Sv
Appellant stelde een verzoek in op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand, nadat de strafzaak zonder strafoplegging werd beëindigd. De rechtbank Utrecht kende een gedeeltelijke vergoeding toe van €818, maar wees het meerdere af. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof nam kennis van het dossier en hoorde partijen in openbare raadkamer. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van de beschikking en afwijzing van vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof oordeelde dat de declaraties van de raadsman onvoldoende inzicht boden, omdat geen urenspecificatie of einddeclaratie was overgelegd, slechts voorschotnota’s die zowel betrekking hadden op straf- als bestuursrechtelijke zaken. Hierdoor kon geen vergoeding voor de kosten van de raadsman worden toegekend.
Wel achtte het hof een vergoeding van €810 passend voor de kosten verbonden aan het indienen en behandelen van het verzoekschrift, mede gelet op landelijke aanbevelingen en het feit dat het verzoek door twee instanties was behandeld.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze het oordeel betrof, wees het meer gevorderde af en gelastte de uitbetaling van de vergoeding uit de Rijkskas.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €810 toe voor de kosten van het verzoekschrift en wijst de vergoeding van kosten van rechtsbijstand af wegens onvoldoende onderbouwing.